de kaap

Een kleine citytrip, toe maar.
Lang geleden heb ik een paar jaar in Rotterdam gewerkt. Het werk was goed en de collega’s waren sympathiek. Het reizen – ondanks uitmuntend gezelschap – was met tweemaal twee uur per dag niet altijd een feest. Uiteindelijk vond ik werk dichter bij huis en Rotterdam werd een herinnering.
Meer dan dertig jaar later staat een stadswandeling in de krant. Die is niet in het centrum waar ik werkte maar in een heel andere wijk, de nostalgie komt evengoed op.
Het idee bleef in mijn hoofd doorsudderen: nog eens naar Rotterdam reizen?
Daar ging ik weer. Ooit elke dag voor half zeven en nu op een zaterdag pas na negenen, met rugzak in plaats van attachékoffer, maar met krant en de vertrouwde thermosfles. De trein heeft een andere route, steekt een stuk af en rijdt sneller, bij elkaar scheelt het flink wat tijd hoewel dat vandaag niet meer zo belangrijk is.
Met de metro rijd ik door naar de Rijnhaven. Er is nog wat koffie, ik ga op een betonblok zitten en laat de omgeving op me inwerken. Rotterdam is verticaal geworden en reikt hoog de lucht in. Hoe hoog? Dat is raden in de mist van de januarimorgen.

De havens met hun grote gebouwen zijn al lang veranderd en het gaat nog steeds door. Aan de overkant van de Maas glimmen de kantoren, hier worden de terreinen met loodsen verbouwd tot woonwijken. Daar horen huiselijke schilderingen bij zoals op deze zijgevel.
Der Tod und das Mädchen?
Maar op een fiets.
En met een soort winterkoninkje.


Het begin van de wandelroute is niet makkelijk te vinden. Door de werkzaamheden moet ik een stukje omlopen, de wegwijzer naar Katendrecht is omgebogen en wijst een andere kant op maar ik vind het toch.
Onderweg is van alles te zien. Het water, het perspectief, de contrasten, een steeds wisselend beeld.
De wandeling begint officieel, voor zover daarvan sprake is, op het pleintje bij Museum Fenix. Langs het Deliplein steek ik door naar de Maashaven en ik wandel over de hobbelige vierkante keien van de kade.
Aan de kant en aan smalle pieren midden in het water liggen binnenvaartschepen. In de ruimte van het bekken valt het niet meteen op, maar het zijn grote schepen.

Aan de overkant van de haven zie ik iets dat lijkt op een elektriciteitscentrale met een lunapark er omheen. Ik zie een reuzenrad en een achtbaan. Is het echt, is het de mist?
Het is niet de mist maar helemaal echt is het ook niet. Attractiepark Rotterdam is al bijna 15 jaar in aanbouw rondom een oude vuilverbranding. Achter het brede water ziet het er voor mij onbereikbaar uit, misschien blijft het wel voor iedereen zo1.
Op de hoek van de Maashaven ligt iets dat wel echt is. De Rotterdam.

Als schoolkind vroeg ik mijn vader wel eens om een kleurplaat voor mij te tekenen van een schip, want hij was bij de Marine geweest. Er kwam altijd een schip als dit op het papier. Dat vond ik prachtig en uiteindelijk kon ik ze zelf ook tekenen, maar als er een af was verdween de zin om te kleuren.
De (het?) SS Rotterdam is een beroemd schip. De naam, de lijnen, de geschiedenis, alles sprak tot de verbeelding en het was de bedoeling dat er woningen in het schip zouden komen. Een mooi idee dat onhaalbaar bleek.
Nu kun je kaartjes kopen om er op te mogen, er is een restaurant en er zijn escaperooms en er is een groot parkeerterrein. Sic transit en zo, maar wat een boot is het. Ik loop er maar langs, dat is nog een heel eind.

Het panorama over de rivier is beroemd en mooi. De ruimte is groot, soms zijn de wolken even weg en dan is er veel kleur. Niet op de foto, dat zal je net hebben.
Hier aan de punt van de kaap is een klein haventje waar niets te doen is. Ik kom wat zaterdagse hardlopers tegen, de mannen met een ernstige blik en de vrouwen ook met een ernstige blik en een vrolijk dansende paardenstaart, bijna allemaal.
Ik loop om het haventje heen naar het Ketelbinkie, ooit uit Rotterdam vertrokken en nooit weergekeerd maar met een snik en een een-twee-drie-in-godsnaam overboord gedaan.
Hier staat hij aan de kade met zijn ketel. Die was voor koffie, dan weten we dat ook weer.


Grote vrachtschepen varen langs en ook die rare rondvaartboot van de Spido. Tussendoor gaan de kleine veerbootjes die over het water lijken te stuiteren.
Voor families is er dan nog de pannekoekenboot. Tjongejonge.
Langs de oever van de Maas kom ik terug, om de dansschool van Conny Janssen heen, bij de Fenix met zijn roestvrijstalen kroon. Ik zou naar binnen willen maar er is nog genoeg te wandelen en het museum bewaar ik voor een volgende keer.

De rails van de grote kranen en daartussen de havensporen liggen nog op de kade, met wissels en al, maar goederenverkeer zal hier niet meer komen. Het gele gebouwtje is een sauna.


Over de Rijnhaven is een brug die naar de gebouwen van de Holland-Amerikalijn leidt.
Om hun liefde te verzekeren hebben geliefden hier een slotje opgehangen.
Die met het grote kettingslot waren misschien iets minder zeker, maar het is het gebaar dat telt.
Ik wandel langs de overkant naar het Wilhelminaplein, en neem één halte de tram over de brug de Zwaan want dat wilde ik altijd al doen.
Bij de Leuvehaven stap ik uit, loop langs het drijvende museum. Het paard is niet echt.
Hier is het drukker met mensen, verderop begint de Coolsingel. Ik loop wat door en sta een paar minuten te kijken naar het gebouw waar ik heb gewerkt, tegenover het postkantoor.
Het postkantoor is opgeheven en ook de bank waar ik werkte is lang geleden vertrokken, overgenomen en in een merknaam verdwenen.
Ik vertrek ook maar. De looproute naar het station weet ik nog en daar stap ik in de trein die me, sneller dan in het verleden, naar huis brengt. Mooie wandeling.
noot
- Een paar weken na de wandeling komt in het nieuws dat het pretpark, het heet intussen Rivoli, op aandringen van een schuldeiser mogelijk wordt geveild. Dan is het helemaal de vraag of het ooit open zal gaan. Eigenaar Hennie van der Most is teleurgesteld. ↩︎

